23 April

Vandaag 23 april geen verslag van de dag die ik werk. Wel het origineel schrijven van mij, wat later in het personeelsblad gecorrigeerd geplaatst is.
Namen heb ik verwijderd i.v.m de privacy.

VRAGEN DIE MIJ TOEGESTUURD ZIJN:

Ik heb vernomen dat jij voorlichting geeft op scholen, wat houd dit precies in? Wat mogen we hierbij voorstellen? Doe je dit alleen of werk je samen met iemand? Naar wat voor scholen ga je zoal? Hoe reageren de jongeren, staan ze er open voor? Zijn er veel culturen op de scholen? En verschillen zij ook erg van elkaar qua interesse voor de voorlichting?
Haal je er zelf ook voldoening uit? Wat is de planning voor het nieuwe jaar?

Men heeft mij een aantal vragen gesteld over het werk wat wij, (……) en ondergetekende doen, dan alleen de bus besturen en daarbij les geven op verschillende scholen.

Ik zal mij eerst even voorstellen.

Mijn naam is (……) 62 jaar en precies 30 jaar in dienst als bus-chauffeusse. Met de huidige standplaats Ede, waar ik met (……) vestiging-manager in Ede, bij twee basis scholen ben geweest om ‘les’ te geven. De leukste ervaring was bij een kleuterschool die het openbaar vervoer als project hadden. De meeste kennen mij van “doeggie doeggie”!! Dit zeg ik al jaaaaaaaa-ren bij het verlaten van de kantine.
Ik werk samen met (…..) die 38 jaar buschauffeur is (……) is, 60 jaar en werkt op de standplaats Apeldoorn. Hij heeft 30 jaar zorg gedragen voor het vervoer van de Fruytierschool namens Syntus, waar hij nu afscheid van heeft moeten nemen wegens bedrijfseconomische redenen. Vanwege dit vervoer heeft hij uitstekende contacten opgebouwd met de diverse scholen, o.a. De Heemgaard waar wij ook les geven.
In Twente hebben we nog een team zitten. Twee keer per jaar komen we bij elkaar. We bespreken dan de hoe’s, waarom’s en de doe’s.

De oorsprong is begonnen met (…..) vestiging-manager van Ede, tijdens de Veolia tijd en rond de jaren 2009/2010 en problemen op lijn 85. Er was zoveel trammelant met de jeugd van Veenendaal naar Ede, en visa versa, dat wij echt actie moesten gaan ondernemen. (…..) was er een groot voorstander van om op een meer socialere manier te kunnen gaan werken met de jongere passagiers.
Het bleek in die tijd dat dit ook al op lijn 109 gebeurde in Apeldoorn. Ook daar was veel trammelant met de schoolgaande jeugd.
Het waren met name de ouderen die niet meer tijdens schooltijden met de bus durfde te reizen.
Het werd groots opgezet in Ede, wat o.a. inhield dat provincie, gemeente, politie, maatschappelijk werk, de Marokkaanse en Turkse gemeenschap, en de jeugd zelf, de leiding van de school ROC-A12 en wij met een drietal collega’s van Veolia, voor vergaderingen en/of bijeenkomsten bij elkaar op de R.O.C. kwamen.
Inmiddels zijn er interne verschuivingen geweest. Waar het om ging is waar het uiteindelijk om gaat:

—- Sociale Veiligheid in en om de bus. —-

Voor de chauffeur en passagier, groot en klein. In 2010 is dit verder ontwikkeld en hierop volgde een convenant in Ede, wat ondertekent is met veel aandacht en de nodige zorg, door de provincie!
Het heeft geholpen! Want binnen een jaar was de ergste trammelant tot ‘n “normale proportie” terug gebracht, voor wat tegenwoordig normaal is……..!

En dat is wat wij nu samen, (…..) en ik, op de Veluwe, ons vervoergebied, proberen vast te houden.

Doordat wij een spel met de kinderen spelen, wat gespitst is op eigen gedrag, groepsdruk, verantwoordelijkheid, en keuzes maken.

De kinderen van de leeftijd 13 tot 17 jaar, zijn onze doelgroep. Toch hebben we ook een klas gehad waarvan de jongensgroep dik tegen de twintig liep. Het was dan ook verrassend hoe leuk en bijzonder deze klas was.
De scholen die wij bezoeken zijn de R.O.C.’s, andere middelbare scholen en praktijkscholen die met veiligheidsopleidingen te maken hebben. De laatste school waar wij geweest zijn is de school waar (…..) al l30 jaar het vervoer verzorgde, de Fruytierschool. Leerlingen komen soms van ver en het is een ontzettende grote school in Apeldoorn. Wij geven les in Veenendaal, Ede en Apeldoorn.
Ondanks dat wij maar een aantal dagen per jaar les kunnen geven, hopen wij dat er meer geïnteresseerde scholen in de toekomst zich aan zullen melden.
Het staat wel in schril contrast met Limburg, daar zijn collega’s minimaal 100 dagen per jaar bezig met dit project.

Als wij de jeugd begroeten staat er meestal een dikke frons op hun voorhoofd en je ziet ze denken, wat moeten die buschauffeurs nu hier doen, maar al gauw is die frons weg en is er plaats voor een big smile. Iedereen doet enthousiast mee.

Ook hebben wij soms hulp van onze stagiaires van de M.V.P.ers.
Doordat zij jong zijn en in volle “bepakking” komen, zien ze er “vet” uit voor de jeugd. En ze zien dan dat zij dit werk ook mogelijkerwijs zouden kunnen gaan doen.

Uiteraard hebben we met verschillende culturen te maken, maar ook die kinderen doen net zo goed en enthousiast mee! Wel zijn er verschillen waar wij rekening mee moeten houden.
O.a. word ik als vrouw soms genegeerd bij de Marokkaanse jongens, zij vertikken het om mij een hand te geven bij de kennismaking. Ondanks dat de school puur Nederlands is en het niet getolereerd word. Dit is overigens eenmaal gebeurt tot nu toe. Ik lig er niet wakker van, het zegt meer iets over de jongen, niet over mij.
Bij een spel waarbij er ‘lichamelijk’ contact is, weten we dat de Moslima’s daar veel moeite mee hebben. Dat hebben we opgelost.
Een voorbeeld waarbij dit gebeurt is met het ‘lefspel’, zij moeten dan aan het oor van de klasgenoot komen. Bij de Moslima gebeurt dat door op het hoofddoekje te drukken.
Het taalgebruik moeten wij vaak aanpassen, makkelijker maken met de uitleg. Want er zijn kinderen die nog niet zolang. in Nederland zijn.
Ook is de ene school zeer Christelijk ingesteld, terwijl een andere school dat niet is. En ons in de ruimste zin van het woord dan ook van alles aan ons voorbij laten vliegen.
We hebben enkele klassen van 15 leerlingen, maar de meeste klassen zijn tussen de 22 en 30 leerlingen. Soms hele rustige kinderen, soms allemaal autistische en ADHD kinderen.
Geen klas, geen school is hetzelfde.

Een ander voorbeeld is dat wij een klas kregen waarbij er een jongen al drie keer uit de bus gehaald was door politie.
De docent had ons al gewaarschuwd dat hij heel boos was. Het was een knaap die wij als chauffeurs direct herkennen.
Wijd zittende sportkleding, broek half op zijn kont, capuchon op zijn hoofd en slungelachtige bewegingen, die soms ook wat provocerend overkomen. Altijd een wat gebogen houding.
Nou die knaap was inderdaad boos.
(…..) en ik keken elkaar aan en zonder woorden wisten wij wat we moesten doen. We hebben de stoel gepakt en zijn in de kring erbij gaan zitten en hebben geluisterd naar wat hij er uit wilde gooien.
We zijn geen discussie aangegaan en alleen woorden als; Poe, jeetje, goh, das heftig, en zooo …..gebruikt. Na een half uur was hij alles kwijt en wij zeiden toen dat wij iets van onze kant gingen vertellen. En dat zijn altijd heftige onderwerpen.

Wij kennen ze allemaal; Bedreigingen, gespuug, grote bekken, fraudering, slaan, ernstige ongelukken, die ons persoonlijk erg raken. En ook wat dat met ons doet!
De jongen was aangedaan, begreep meer van ons werk.
Hij was ook de eerste die ons na afloop een hand gaf, ons bedankte voor de tijd die hij gekregen had en een ander beeld van “die chauffeur” had gekregen.

En dat is waar (…..) en ik nu voor werken. Dat is voor ons de voldoening dat er begrip aan beide kanten komt.
En dat luisteren naar elkaar heel belangrijk is.
Elke bijdrage hoe klein die soms kan zijn, en soms onzinnig voor mensen die niet weten wat wij doen, kunnen helpen om nu en in de toekomst voor een goed vervoer te zorgen, aan beide kanten!

De samenwerking van (…..) en mij is erg goed.
We weten wat we aan elkaar hebben. Kunnen elkaar aanvullen zonder het verhaal van de ander over te nemen.
Want dat is een onbesproken gewone eigenschap van ons beide die zeer goed aansluit. We weten wat de ene beter kan als de ander, maar we zijn beide goed in zijn wat we doen. Ook leveren we elkaar (opbouwende) kritiek. Zodat we in topvorm blijven.

Wat ik al eerder aangaf is dat (…..) en ik en het team in Twente hopen dat wij meerdere dagen dit werk kunnen gaan doen.
Het is nodig om goed contact te houden, te creëeren, en te onderhouden. Niet alleen om een goede dienstregeling in elkaar te zetten, maar zeker ook de aandacht aan de jeugd te geven.
Die zijn uiteindelijk onze toekomst, onze boterham.

Dus, …….het komend schooljaar gaan we weer met frisse moed verder. Met 1 klein verschil, ik stop hiermee. Om de welbekende reden. Ik wens het nieuwe team heel veel plezier in het vrijwilligerswerk onder de baas zijn tijd.

Inmiddels is het bekend wie mijn werkplek overneemt, ik wens haar heel veel plezier en succes met het samenwerken met mijn collega (…..) en de jeugd van de scholen.

Keep going girl, you can do it!!!!